K3 – L1

Ik kijk en luister goed, dan weet ik hoe het moet.

“Ik kijk en luister goed, dan weet ik hoe het moet.”

Leerlingen leren dat we informatie kunnen verzamelen via onze zintuigen: de ogen die dienen om goed te kunnen kijken, onze oren die dienen om goed te kunnen luisteren… Leerlingen zullen leren dat het belangrijk is om eerst goed te luisteren en te kijken vooraleer aan een taak te beginnen.
Onze kinderen zullen leren om gericht te luisteren en goed waar te nemen. Deze houding is niet alleen belangrijk voor op school, maar kan ook zeker thuis toegepast worden.

 

 

 

 

 

Ik werk stap voor stap.Met deze slogan zullen we onze kinderen leren plannen. De kinderen zullen leren hoe ze een taak best uitvoeren: wat ze eerst moeten doen, en daarna… Ze zullen inzien dat het nuttig is een plan te ontwerpen of te bedenken, vooraleer ze aan een taak beginnen. Zo leren de kinderen stap voor stap te werken aan een taak.

 

 

 

 

 

 

 

Ik stuur mezelf.Ik stuur mezelf.
Het gaat hier om een goede leerhouding die belangrijk is om een succesvol te kunnen werken. Iedereen kent waarschijnlijk het spreekwoord: “Haast en spoed is zelden goed”. Daarover gaat het in deze slogan. Kinderen moeten voor ze aan een opdracht beginnen, stilstaan bij: “Wat wordt er van me verwacht?; Wat moet ik precies doen?; Hoe ga ik het doen?; Wanneer begin ik er best aan?”
Ook tijdens het werken is het belangrijk af en toe te controleren en eventueel bij te sturen waar nodig.
Kinderen zullen op die manier inzien dat zij verantwoordelijk zijn voor hun werken in de klas.
Het gaat niet alleen over het leren in de klas maar ook over het spelen met vriendjes tijdens de speeltijd.
Zo leren we onze kinderen ook rekening te houden met mekaar!

 

 

 

 

Mijn werk is pas gereed als ik de controle deed.Hier gaat het over controleren van ons werk.
Hoe controleren? De leerlingen kunnen het antwoord eerst stilletjes in zichzelf zeggen. Of we stimuleren hen tot het maken van een taak in het klad.
We moeten eerst denken en overleggen en dan pas zeggen.
Door te controleren kunnen we fouten opsporen.
Gedurende het schooljaar werken we hier intens mee: in de klas, in de zorg, op de speelplaats, in de refter.
Ook thuis kunnen we hier aandacht voor hebben. Bijvoorbeeld: “Staat mijn boekentas klaar?; Heb ik mijn fluo-jasje aan?; Keek ik in mijn agenda?”
We zullen ook met eenvoudige stappenplannen werken waar Flos ons toont hoe het moet.